Bij het enzymatisch wassen werken cellulases in op de blootliggende cellulose op de katoenvezels, waardoor de indigokleurstof uit de stof vrijkomt. Het effect van het enzymatisch wassen kan worden aangepast door cellulase met een neutrale of zure pH te gebruiken en door extra mechanische roering toe te voegen, bijvoorbeeld met behulp van stalen kogels.
In vergelijking met andere technieken wordt enzymwassen als duurzamer beschouwd dan steenwassen of zuurwassen, omdat het waterzuiniger is. Restanten van puimsteenfragmenten na steenwassen vereisen veel water om te verwijderen, en zuurwassen vereist meerdere wascycli om het gewenste effect te bereiken.[5] De substraatspecificiteit van enzymen maakt de techniek bovendien verfijnder dan andere methoden voor de verwerking van denim.
Het heeft echter ook nadelen. Bij enzymwassen heeft de door de enzymatische activiteit vrijgekomen kleurstof de neiging zich opnieuw op het textiel af te zetten ("terugvlekken"). Wasexperts Arianna Bolzoni en Troy Strebe hebben de kwaliteit van enzymgewassen denim vergeleken met stonewashed denim, maar zijn het erover eens dat het verschil voor de gemiddelde consument niet merkbaar zou zijn.
Wat de geschiedenis betreft: halverwege de jaren tachtig leidde de erkenning van de milieu-impact van stonewashing en de toenemende milieuregelgeving tot een vraag naar een duurzaam alternatief. Enzymwassen werd in 1989 in Europa geïntroduceerd en het jaar daarop in de Verenigde Staten overgenomen. De techniek is sinds eind jaren negentig onderwerp van intensiever wetenschappelijk onderzoek. In 2017 ontwikkelde Novozymes een techniek om enzymen rechtstreeks op denim te spuiten in een gesloten wasmachinesysteem, in plaats van de enzymen toe te voegen aan een open wasmachine. Hierdoor wordt er nog minder water nodig voor de enzymwas.
Geplaatst op: 4 juni 2025
